2006, december: ARGENTINA

ARGENTINA, DEEL 1: DE VLUCHT VOORUIT

Een zeer attente stewardess ratelt welke richting ik moet nemen in deze Airbus om mijn plaats te vinden. Gelukkig staan de nummers ook nog eens boven de zitplaatsen aangegeven, want het lieve kind heeft er klaarblijkelijk nog nooit bij stilgestaan dat ook niet-spaanstaligen wel eens naar latijns-amerika trekken. swat, ik heb een plaatske gevraagd en gekregen aan het gangpad waar ik als een tevreden mens plaatsneem. een man van ongeveer 40, vriendelijk maar voorts stilzwijgend, zet zich naast mij aan het raam, mompelt dat er precies wel weinig mensen op dit vliegtuig zitten en valt vervolgens in slaap tot montevideo.  twee rijen voor mij pakt mijn vaste gezelschap op lange-afstandsvluchten uit: twee koppels, mét uiteraard de obligate baby’s en peuters, waarvan er nu al een zijn klep openzet; tegen beter weten in hoop ik dat het rotjoch wel in slaap zal vallen tijdens de vlucht, maar de komende twaalf uur zullen uitwijzen dat ik mij zal moeten troosten met het feit dat de andere van de twee wel opgevoed is geweest.

Mijn aandacht wordt overigens aangenaam afgeleid door een beeldschone francaise die de stoel voor mij inneemt, en die behalve een reusachtige tattoo op haar onderrug en een pushup beha ook nog haar grootvader heeft meegebracht. de brave man installeert zich naast kleindochter-lief (ach jongens o zo lief…) waar hij terstond begint te sakkeren dat het vliegtuig veel te vol is (plein comme un oeuf), dat de stewardessen niet vriendelijk zijn (peu aimable cette dame) en dat de airco veel te koud staat (ils veulent nous congeler enfin?). met gemengde gevoelens aanschouw ik dat tafereel, dat enerzijds een plezante afleiding van die schreeuwlelijk is, maar anderzijds een beetje het midden houdt tussen een spiegel en een teletijdmachine naar de toekomst en dat vind ik toch wat angstaanjagend…  de ouwe besluit dat het geen zin heeft om met de stewardessen in discussie te gaan over de temperatuur en besluit zich monniksgewijs helemaal in zijn iberia-dekentje te wikkelen, waarmee hij onbewust een zeer sterke imitatie van “in the name of the rose” weggeeft. ge moogt gerust weten dat het wreed spooky is om daarnaast wakker te worden, zo in het schemerduister, met uw ogen nog halfdichtgekleefd. of zijn kleindochter het ook zo koud had kon ik niet zien want, zoals ik al zei, ze had een pushup aan. voor de rest heb ik heel de vlucht wat in ‘t rond gekeken, want het socketje voor mijn koptelefoontje was kapot dus ik kon de film ni volgen. ik wist wel wanneer het grappig was want de meneer achter mij vond het nodig om aan ongeveer alle passagiers te laten merken als hij het mopke gesnapt had (wat de andere passagiers op hun beurt uiteraard dan weer niet grappig vonden, maar dat terzijde).

Een kleine twaalf uur later zet een veertienjarige taxichauffeur (de ouderen waren te zat denk ik) mij voor mijn guesthouse af: Portal del Sur heet het ding, en zoals bij de meeste guesthouses hier is er aan de buitenkant niets dat een hotel achter de gevel doet vermoeden. een hotel is het ook niet echt, het is een jeugdherberg die zichzelf, te oordelen naar de website, een soort van yeti-bar allures wil aanmeten. een blik op de andere gasten bevestigt dat ook: 90% 17-jarige snowboarders en 10% reizigers-ter-lange-omvaart, van die mannen die zelfs op een gevangenisbed comfortabel zouden kunnen slapen (de meesten zullen er wellicht ook ervaring mee hebben, om redenen die ik eigenlijk liever niet weet – de langetermijn eenzaamheid doet naar ‘t schijnt rare dingen met ne mens…) swat, het was het enige dat ik kon vastkrijgen via internet en het is beter dan om 10 uur ’s avonds nog wat door een zuidamerikaanse stad te gaan trekken op zoek naar een bed, dus ik besluit deze lange dag af te sluiten, en de vermoeidheid stelt mij zelfs in staat om niet gewaar te worden dat het om en bij de 35 graden Celsius is in dit vensterloos hol, ondanks de ventilator die ongeveer evenveel lawaai maakt als de VW-fabrieken in Vorst (al is deze laatste vergelijking vandaag misschien wat ongelukkig gekozen).

Daags nadien besluit ik beleefd te bedanken voor nog een nacht in dit etablissement, en ik schuim de stad af naar een beter alternatief. dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, want de 90% bezetting van de hotels blijkt iets meer te zijn dan een gerucht. het wordt dus een ander guesthouse met opnieuw gedeelde kamers, maar in een rustiger gedeelte van de stad en met een ander publiek (het heeft weinig zin om te blijven beweren dat we 23 jaar zijn, ik ben ten slotte pete swaine niet). het spannende aan de zoektocht doorheen buenos aires was overigens niet het guesthouse zelf, maar het verkeer en de organisatie van de stad. de twee belangrijkste features:

- het verkeer is hier heel streng geregeld: groen is groen en dan wordt er gereden, gene zever. ik zou bijna zeggen dat de voetganger hier minderwaardig is, maar hij is gewoon onbestaand. in feite zijn er twee groepen argentijnen: de ene groep is automobilist, de andere is suïcidaal. geen tussencategorieën, geen uitzonderingen.
- buenos aires heeft niet echt veel straten: alles is hier “recht op recht” (niet te verwarren met “echt oprecht”, we zijn ten slotte in zuid-amerika, het continent dat nog steeds wedijvert met afrika over wie de corruptie nu precies uitgevonden heeft) wat ertoe leidt dat een straat doorheen zijn volle lengte dezelfde naam bewaart. bij ons hebben de leien in antwerpen al vier namen omdat we niet konden beslissen wie nu het hardst gevochten had in de Grooten Oorlog, en de lengte daarvan is ongeveer te vergelijken met een steegje in buenos aires dat per ongeluk doodloopt omdat er op het einde een huis is gebouwd door iemand die iemand kende op ‘t kadaster. de keerzijde daarvan is natuurlijk dat elke straat heel veel huizen heeft; het laagste huisnummer dat ik ben tegengekomen was iets in de duizenddriehonderd-en-nog-iets. als ge dus een stuk van uw adres vergeten zijt, laat het dan bij voorkeur de straatnaam zijn, met het nummer hebde nog het meest kans om uwe weg terug te vinden (dat allemaal om te zeggen dat ik hier al een paar keer neig verdwaald ben, maar dat zal allicht niemand verbazen…)

yours truly,

b-ze

 

ARGENTINA, DEEL 2: DE IGUAZÚ FALLS

Sommige dingen in het leven creëren zo´n hoge verwachtingen dat de werkelijkheid altijd een beetje tegenvalt. een resem aan voorbeelden zou mij tot pessimist bombarderen, maar blind dates behoren ongetwijfeld tot die categorie (wat jean-paul (57) en francine (63) op de succesverhalenpagina van rendez-vous.be ook mogen beweren). gelukkig zijn er ook dingen waar iedereen vreselijk wild en enthousiast over doet, en die in werkelijkheid alle verwachtingen nog overtreffen: cercle die in eerste blijft, een TV-interview met Michel Daerden, en de Iguazú Falls op de grens van Argentinie met Brazilie.

Niet alleen had ik het plan opgevat om vandaag naar die watervallen te gaan kijken, ik had mij bovendien voorgenomen om lekker vroeg op te staan zodat ik bij de eerste aan den inkom zou staan, een beetje zoals bejaarden op zaterdagmorgen per se dat eerste nummerke van de charcuterie moeten en zullen hebben in den delhaize. helaas is dat vroeg opstaan niet gelukt omdat ik gisterenavond tegen wil en dank in een mini intra-europees conflictje ben verzeild geraakt. ik kon er echt niks aan doen, het ging als volgt: ik had, na mijn gemengde-kamersavonturen (dorms) in buenos aires besloten om deze “we’re all hippies”-bastions te laten voor de échte jeugd terwijl ikzelf een privékamer neem in de goedkopere hotelletjes. de keerzijde van die medaille is echter dat er in dat soort van hotels werkelijk geen fuck te beleven valt, dus was ik op het onzalige idee gekomen om mij te gaan inschrijven in de ‘’somos todos amigos”-hostel (de geest van charles manson waarde nog rond in dat ding) voor een barbecue van honderdvijftig frank – voor die prijs kon er niks fout gaan.
Dacht ik.

In mijn grenzeloze bescheidenheid neem ik daar een plaatske aan de hoek van de tafel, waar ik, na net iets langer wachten dan goed was voor mijn zelfvertrouwen, het gezelschap krijg van achtereenvolgens: een europees medeburger van het land van eichmann; een Down Under blondine; een reeds lichtjes aangeschoten bosniër (zijn er eigenlijk andere bosniërs?); een prachtig massief brokje catalaanse natuur; en een esthetisch iets minder succesvolle creatie van Argentijnse bodem. de gebruikelijke smalltalk volgt, en heel even lijkt dit een gesprekje te worden van 13 in een dozijn, tot de duitser tegen de catalaanse furie (zo zal blijken) zegt “so you’re spanish!” en als repliek krijgt “no i’m catalunian, i am definitely not spanish!”  de details van het verdere verloop zal ik u besparen, al was het maar omdat ik er zelf op den duur niet meer heel goed aanuit kon. de verbale snelheid van de catalaanse, het gruwelijke accent van de duitser, het totale gebrek aan articulatie van de argentijnse, de bijna dreigende zwijgzaamheid van de australische, en het dronken gewauwel van de bosniër maakten het allemaal bepaald niet bevattelijker, maar bovendien werd da daar stillekesaan een matchke “om ter hardst onderdrukt te zijn geweest”. met rond de tafel vertegenwoordigers van landen waar ge vooralsnog geen enkel gebouw aantreft zonder kogelgaten, waar op gezette tijdstippen nog eens nen trein de lucht in wordt geblazen, waar de laatste militaire dictatuur nog verder ademt in bepaalde militaire kringen, of waar ze braadworsten eten en bier drinken in glazen emmers van ne liter, kunt ge u voorstellen dat dat daar ontaardde in een bepaald geanimeerde discussie. met mijn achtergrond van 500 jaar onder de voet te zijn gelopen door ongeveer alle volkeren van Europa, en met als enige steun een nakomelinge uit een geslacht van verbannen misdadigers, vond ik het niet echt gemakkelijk om de belgische reputatie van wereldkampioen compromissen sluiten waar te maken. tot overmaat van ramp evolueerde de zaak nog eens naar een soort wereldbeker foebal, want Duitsland en Spanje haalden in dit tornooi vlotjes de overhand. toen het daar na verloop van tijd 3-1 stond en miss cataluña balanceerde op de dunne koord die tranen scheidt van handgemeen, heb ik dan maar het enige gedaan dat ik kon doen zonder schandelijk misbruik te maken van de precaire situatie van een gekwetste vrouw op zoek naar mannelijke steun: ik heb aan de bar voor 2,50 euro pils gekocht die ik integraal in de juffrouw heb gegoten, en waardoor ze zich een heel stuk beter (of toch zeker kalmer) voelde en de zaak min of meer -zij het tijdelijk- op een status quo eindigde.
Maar daardoor lag ik dus niet op tijd in mijn bed.

Dus sta ik vandaag rond een uur of twaalf aan de kassa van het watervallenpark te zweten. het is als ik me goed herinner van 2001 in cuba geleden dat ik nog zo een warme dag heb geweten, en de argentijnen geven absoluut waar voor mijn entreegeld, want er zijn hier maar liefst drie wandelroutes dus ik ga er voor de rest van deze kokende namiddag plezier aan hebben. dat laatste meen ik niet te kunnen zeggen van een eenzame japanse toerist voor mij aan de kassa, die volgens mij spaans-, portugees-, en engelsonkundig is, want dat zijn de drie talen waarin in KOEIEN VAN LETTERS geadverteerd wordt dat de wilde koati´s die her en der door het park dwalen, ondanks hun schattige uiterlijk toch wilde dieren blijven die bijzonder agressief kunnen worden als ze eten ruiken. de brave man lijkt echter overtuigd dat het dunne plastieken zakske van de lokale GB alle geuren zal tegenhouden van de chips, koekskes en boterhammekes met prepare die daarin aan zijn broeksriem bengelen. het wordt me nu plots duidelijk waarom japanners altijd in groep reizen: degenen die alleen rondtrekken hálen het gewoon niet… voorts staan in deze rij nog een vlaamse moeder en zoon uit wiens gesprek ik kan afleiden dat ze meer dan met de watervallen begaan zijn met de vraag of ze hier wel braziliaanse reals zullen aanvaarden (het staat nochtans in alle boekskes) alsook met de prangende kwestie of ze hier na afloop nog iets zullen eten aan da kraamke hiernaast dan wel ineens terug naar brazilie te gaan om daar iets te eten. heel even twijfel ik of ik hier nu aan de kassa sta van de op één na grootste waterval ter wereld of van SixFlags in Waver, maar het is mijn beurt geworden en de mevrouw achter het venstertje verlost me van al mijn twijfels (daar zijn mevrouwen achter vensters nu eenmaal goed in).

 De tocht door het park is warm en zwaar, maar ik moet de argentijnen nageven dat ze hun park hebben opgebouwd als een film van hitchcock: elke waterval die ik zie is spectaculairder dan de vorige, en ik heb er al een volledig filmke doorgejaagd (voor de hypermodernen en de min-10jarigen: il fût un temps dat ge nog filmkes in uwe kodak moest steken) tegen de tijd dat ik aan de grande finale toekom. dat laatste valt nog het best te vergelijken valt met het beeld van het einde van de wereld zoals de westerse wereld het zag vóór copernicus: een rustige watervlakte ontpopt zich tot een oorverdovend gedaver wanneer het zich langs drie kanten van een rotsgewelf naar beneden stort, om 78 meter lager een gigantische waterwolk te genereren die tot ongeveer halfweg terug naar boven reikt en de omstaanders voortdurend in een nevel hult waar niemand droog uitkomt…

Ik neem nog rustig een 70tal (vermoedelijk allemaal dezelfde) foto’s, en besluit rustig de dag af te sluiten en terug te keren naar mijn “wat valt hier toch niks te beleven zeg”-hotel. als bij wonder staat de bus naar het dorp op mij te wachten, en doorheen de dampende massa mensen zoek ik mij een kleverig zitplaatske. die aluminium bus heeft blijkbaar nog meer last van de warmte dan ikzelf, want als ik heel even mijn handpalm op de namaakleren zitting laat rusten, komen plots herinneringen boven van toen ik nog sponsen shortjes droeg die veel te kort waren om mijn kwetsbare kinderbilletjes te beschermen tegen de allesverzengende hitte van de simili-achterbank in de oranje Simca waarmee ons mama toen placht rond te rijden. ik troost mij met de gedachte dat mijn broekspijpen intussen meer gegroeid zijn dan ikzelf, en besluit de hitte te bekampen door mij iPodsgewijs te laten kalmeren met een rustig deuntje en laat een weinig toepasselijk “Let´s get together” van The Beloved door mijn hersenen galmen. de bus zet zich langzaam in beweging. naast mij begint een vijfjarig kind haar roodgelakte schoentjes onder te braken.
Het was een mooie dag.

yours truly

b-ze

 

ARGENTINA, DEEL 3: DE ANDES

Het heeft efkes geduurd, maar de regen heeft mij dan toch ingehaald. en ineens goed mag ik wel zeggen. het is donderdagmorgen 7 december, en het giet het giet het giet, het valt in bakken tegelijk naar beneden. in minder dan vijf minuten staat heel de straat hier 10 centimeter blank, en ik begrijp nu dat het niet bij gebrek aan rolstoelen is dat de voetpaden hier zo rolstoelonvriendelijk hoog zijn (het verkeer moet hier volgens mij trouwens meer dan genoeg rolstoelpatiënten maken), maar gewoon om te vermijden dat bij elke flinke regenbui den helft van uwen inboedel uwen hof indrijft. en uitgerekend vandaag ga ik op excursie door de bergen, het moest ne keer lukken…

Swat, het is 7.10 uur en de chauffeur komt mij vanop de hoek van de straat tegemoet gevaren. de gids stapt uit zijn renault clio, en hoe dichterbij hij komt hoe meer ik besef waarom ze hem kiezen voor die bergtripkes: die mens heeft een gezicht waar zelfs het andesgebergte op kwaaie dagen jaloers op is denk ik. ik ben de eerste van de drie deelnemers, en we rijden door de zondvloed heen naar de volgende pick-up, dat een toonbeeld van politiek-raciale verzoening is: Daniel is een blanke Berliner (die helaas iets minder sympathiek zal blijken dan zijn meest illustere voorganger) en zijn lief Evelyne is een adembenemend schone zwarte Francaise van Réunion. al snel blijkt dat aan Daniel beloofd was dat we in een renault kangoo op stap zouden gaan, en overtuigd dat hij in zo ne kangoeroebak beter zicht op de omgeving gehad zou hebben vindt Herr Daniel dat het vanaf nu nodig is om te zitten sakkeren op de auto: tegen de chauffeur, tegen zijn Zwarte Parel, tegen mij ocharm, afijn tegen alles. vermits we hier voor twee volle dagen vertrokken zijn en ik weinig goesting heb om 48uur professioneel gesakker te moeten aanhoren (zelfs ík zou de duimen leggen tegen die Frits), betoon ik mijn onbaatzuchtige goedheid door den Duits mijn grondgebied te offreren en hem vooraan plaats te laten nemen, terwijl ikzelf mij op de krappe achterbank in het aura van Black Beauty nestel…  en zie, op slag gaat de wereld er anders uitzien: de zon breekt door en lost de wolken op in het niets; de gids wordt helemaal ontspannen en bewijst, tussen zijn veertig sigaretten per dag door, dat jeep-kwaliteiten niet aan de auto gelegen zijn maar aan de chauffeur; de übermensch voelt zich de führer te rijk en is bij momenten zelfs bijna aangenaam gezelschap; the Dark Chrystal is blij dat haar lief gestopt is met zeiken; en ikzelf droom zachtjes weg, terug naar de zoete herinneringen aan mijn afrika-periode…

De bergachtige streek in het noordwesten van argentinië is niet voor niets tot werelderfgoed verklaard: de spectaculaire rotsformaties variëren van metaalgroen tot dieprood, en het landschap verandert hier om de enkele kilometers. de droogte hier maakt dat de boel stoffiger is dan het handboek degelijk bestuur van de VLD, en als ik dan toch ook efkes een kritische noot mag ventileren over dien auto: het caoutchoucke van de dichting van mijn deur is helemaal kapot, en door de snelheid die Señor Christian erop nahoudt fungeert dat bakske als vacuumpomp voor al het stof dat we maken en dat dus integraal onder mijn arm door over mij heen wordt gedrapeerd. na een uurtje of twee rijden begin ik mij een beetje als ne stofzuigerzak te voelen, en mijn rechterkant ziet er ook al zo uit. gelukkig zijn we op toeristenuitstap en is er dus geregeld gelegenheid om uit te stappen en, wandelend tussen andere groepen toeristen (sommigen lopen hier in hemd met lange mouwen en een floeren broek – het is 45 graden astublieft!), onze stoflong er een beetje uit te hoesten.

Het verbaast mij overigens dat onze invasieve medeburger nog niet is beginnen mekkeren op het gebrek aan airco in de auto, want de namiddagzon maakt een echte sauna van dit vehikel. de belangrijkste bezienswaardigheden zijn intussen achter de rug, en de achterbankbezetting begint zich langzaam over te geven aan de vermoeidheid…  heel even word ik nog wakker wanneer we een noodstop maken om aan de co-piloot de gelegenheid te geven zijn middageten terug aan de natuur te schenken. en terwijl ik met halfopen ogen aanschouw hoe zijn zure Duitse braaksel zich vermengt met de stoffige rotsbodem, kreunt Evelyne -mooie, zwarte Evelyne, haar hoofd op mijn schouder- in haar slaap.

Het was een mooie dag.

yours truly,

b-ze

 

ARGENTINA, DEEL 4: BOLIVIË

Het gaat een beetje belachelijk klinken misschien, maar het mooiste van mijn argentiniëreis zal ongetwijfeld bolivië geweest zijn. in het uiterste zuiden daarvan ligt, bij de grens met chili en argentinië, een woestijngebied bestaande uit rots-, zand-, en zoutwoestijnen. en ikke daarhene.

Ik moet eigenlijk zegen dat ik op voorhand al een beetje schrik had omdat bolivië toch een iets minder goei reputatie heeft op vlak van veiligheid dan argentinië. en dien dwazen duits van vorige week (ge weet wel, diegene die erin geslaagd is om zijn Evelyne te laten verhuizen van het zonovergoten Réunion naar het duistere, zwaarmoedige Berlijn – die mens moet ne gouwen hebben, ik zie geen ander verklaring) vond het nog efkes nodig om een verhaaltje op te dissen over de nieuwste rage in Bolivië: toeristen kidnappen om dan hun credit card leeg te roven… “and when ze card is empty, zey just kill ze tourist”, op een toon alsof ge een sigarettepeukske uittrapt. precies of der staat op mijn voorhoofd geschreven “tell me some morbid story about backpacker-jacking”. maar ik liet mij natuurlijk ni afschrikken en ik stap dus toch de bus op (de waarheid is dat ik dat toerneeke al betaald had – en veel te duur zoals gewoonlijk. op zo’n excursiekes wordt er ook altijd effe besproken wie hoeveel betaald heeft, maar na twee keer heb ik besloten om mij op die momenten gewoon af te zonderen – ik durf niet meer zeggen of aanhoren voor hoeveel ik weer in ‘t zak gezet ben)

Maar swat, ikke dus de bus op naar de grens met bolivië. dat was op zich al een belevenis: ik kan mij niet herinneren dat ik van z’n leven zo ne grenspost gezien heb. bij de kbc durven ze al ne keer klagen dat er aan de havenlaan geen fuck te beleven is, en dat we vroeger in ‘t centrum van brussel veel beter zaten. awel, ze mogen is komme kijken naar die douaniers hier: het dichtstbijzijnde dorp is 52 kilometer ver, en daar mogen ze dan al eens ni binnen want dat is in chili. voor de rest hebben die mannen daar naast hunnen bureau twee bergen en een paar miljoen kilo zand, dat is ‘t. geen caféke om om half vijf nog ene te pakken voor ze naar huis rijden, genen bistro met brooikes smos prepare voor ’s middags, nul. ‘t beste wa ze daar kunnen doen om hunnen tijd te passeren is een matchke foebal in ‘t zand, maar ook dat is ni evident want die gasten zitten daar op 4600meter hoogte asteblieft. ik peis da zelfs vital borkelmans daar na twee keer op en af de lijn draven een half ureke moet gaan zitten, zo weinig lucht zit daar in de lucht. afijn, wij staan daar dus aan te schuiven om zo ne sticker in onze pas te kopen, en terwijl ik wat in ‘t rond sta te zoeken waar den taxfree ergens is, zie ik ineens zowel de grond als de bergen neig snel op mij afkomen, en hetvolgende moment lig ik op een EHBO-bedje in een klein pillampeke te kijken terwijl nen boliviaanse soldaat mij een zuurstofmaskerke over mijn mond en neus gedrukt houdt. allee, om maar te zeggen hoe indrukwekkend die grenspost was…

Aan de grens worden we ook ingedeeld in de jeeps, en ik weet ni hoe ze het elke keer flikken, maar terwijl in alle jeeps een gemengd gezelschap zit van 5-6 man, eindig ik in een wagen met enkel een canadees koppel uit quebec, die om te beginnen een verschrikkeljk onverstaanbaar frans spreken, en die voorts hoogdringend van grond moeten als ik ze zo de godgansen dag aan elkaar zie plakken. de gids is bijzonder sympathiek maar spreekt geen woord engels, dus dit worden echt drie dagen “ik en de woestijn”. dat laatste is op zich nog niet zo’n probleem, want zoals ik al zei: ik heb nog nooit zoiets impressionants gezien. ik dacht altijd dat de woestijn een soort van strand was maar dan zonder zee, maar ik vind het moeilijk om te beschrijven hoe dit er allemaal uitziet: zand in verschillende tinten rood, geel en bruin, rotsen in halucinante formaties en kleuren, zoutmeren in rood, wit of groen, en bergen en heuvels die het landschap voortdurend doen veranderen.

Rond een uur of vijf bereiken we de slaapplaats: een soort bunkerdorpke aan een zoutmeer dat rood kleurt door de micro-organismen die erin leven. ‘t is eigenlijk pas als de zon ondergaat en ge een beetje tot rust komt dat ge beseft dat ge hier op 4800 meter hoogte zit: ik ga efkes op mijn bed liggen, en stel binnen de vijf minuten vast dat (1) ik het ineens ijskoud krijg, (2) mijne kop op springen staat alsof ik gisteren een kartonneke bulgaarse wijn gedronken heb van een zeer specifiek type, (3) ik dreig te stikken elke keer als ik het tempo van mijn ademhaling een beetje wil laten zakken. gelukkig zijn er paardedekens voor een heel cavalerieregiment voorzien, en met twee van die grijze lappen rond mij slaag ik erin om rustig op mijn eten te bijten in plaats van het in frennen te klapperen. de gidsen zijn zich blijkbaar bewust van het fysiek uitputtende karakter van die eerste dag, want ze hebben vanavond genen bontenavond met sketchkes voorzien: we mogen vroeg gaan slapen want morgen mogen we ook vroeg opstaan om de zonsopgang in de zoutwoestijn te gaan bekijken.

Om half drie word ik wakker, met gebarsten lippen, een mond zo droog alsof ik ne zak bloem heb ingeademd, en met een kliefijzer dat iemand door mijne schedel tot in mijn maag geramd heeft. mijn hart, hoofd en maag bonken op een gelijktijdig ritme, en duizelig van misselijkheid spring ik blootsvoets in mijn bottinnen en loop ik naar buiten. terwijl ik op mijn knieën zak geeft mijn maag de strijd op tegen de hoogteziekte, en voor mijn ogen bevriest mijn avondeten op de ijskoude grond. de bergwind jaagt de vrieskou onder mijn T-shirt, de rotsige ondergrond boort zich venijnig in mijn knieën en handen, en een huivering trekt van in het diepste van mijn onderbuik over mijn rug en schouders tot in mijn bezwete nekharen. maar wanneer ik snakkend naar adem rechtkom en naar boven kijk, zie ik boven mij de meest briljante sterrenhemel ooit…

Het was een prachtige dag.

yours truly,

b-ze

 

ARGENTINA, DEEL 5: SMALL CHANGES

Vier weken lijkt een eeuwigheid, maar ‘t is voorbij voor dat ge ‘t goe beseft. met spijt in het hart maak ik een top-5 van kleinigheden die het leven in argentinie voor mij zo bijzonder maakten:

1) ondanks de spaanse kolonisatie die hier een gigantische stempel heeft nagelaten (er mag al eens met cliché’s gegooid worden vind ik), hebben ook de italianen hier een vlag geplant. goed nieuws voor zowel de ochtendmensen als diegenen die hun ogen niet voor negen uur openkrijgen: argentinië serveert de geweldigste expresso’s. ik heb als culinair verwende belg de ervaring dat in ‘t buitenland vaak een aantal elementaire basisbehoeften onbevredigd blijven, maar voor ocharm 20 frank hebde hier ne café con leche die u de ogen doet sluiten en efkes doet vergeten dat ge heel de nacht hebt wakker gelegen van de muggen, dat er vijf dagen na de feiten nog altijd zand in uwe zakdoek komt als ge ne keer snuit, dat ge een klein electroshockske gehad hebt omdat de zekering van de electrische douche zich ín den douche zelf bevindt, dat elke stoel vandaag ongeveer zo lekker zit als dat zadel op dat paard gisteren, of dat dien dwazen duits gvd een schoon zwette mee naar berl… (man, ik moet dat echt proberen uit mijne kop te zetten…)

2) nog een credit voor de italianen, zij het met een kleine nuancering: kreemgelas hebben ze hier in hoeveelheden en soorten dat het geen naam heeft. een hoorntje met twee bollen sjokkelat is hier trouwens te belachelijk om los te lopen, iedereen loopt hier met van die piepschuimen emmerkes over ‘t straat: de kindjes krijgen een kein potteke van een kwart liter, mama en papa slaan elks nen halve liter in hun kas, en verliefde koppels delen vlotjes ne liter. (is de mensheid er eigenlijk van op de hoogte dat ijsroom ni meer is dan bevroren room en eierdooiers en dus minder gezond is dan pakweg vers fruit? swat, ze moeten het zelf weten, ik ga hier niet de gezondheidsconsulent uithangen, ik voel mij daar ni zo goe bij.) voor degenen die er twijfels bij zouden hebben: het roomijs is hier even goed als in italië; de bediening helaas ook.

3) het verkeer heb ik al eens aangehaald, maar ik wil toch nog efkes terugkomen op een aantal specifieke issues. soms zijn er verkeerslichten op een kruispunt, soms niet; als er staan is het soms met voetgangerslichten, soms zonder; wel staan ze sowieso altijd aan de overkant van het kruispunt. ne mens zou denken dat dat effe wennen is, maar in wezen maakt het gewoon gene zak uit: als voetganger zijde hier gewoon loslopend wild. zelfs als het groen is voor de voetgangers worde nog op een hoopke gereden door de auto’s die afslaan. de enige relevantie die ik zie in die lichten is de eventuele schadevergoeding die uw nabestaanden zouden kunnen eisen, maar ook daarvoor kent latijns-amerika wellicht efficiëntere manieren (die ik gelukkig niet aan den lijve heb moeten ondervinden…). en heel argentinië tenslotte is als leuven: ge kunt het aantal tweerichtingsstraten op de vingers van één hand tellen.

4) een rondje in de supermarkt is ook altijd een belevenis, niet alleen omwille van de producten maar ook voor de verpakkingen en hoeveelheden waarin alles verkocht wordt (de 3,3 literflessen cola in guatemala staan me nog levendig voor de geest). een voorbeeldje: de argentijnen verhandelen hunnen drinkyoghurt in zakken van ne liter. geen glas of pet, geen tetrabriks, geen plastieken PMD-pottekes, maar zakken van ne liter die bij honderden in de frigo opgestapeld liggen. spijtig dat louis de funès nooit “le gendarme en argentine” heeft gedraaid, want pitiviers was gegarandeerd op zijne rug in zo’n uiteenspatting van plastieken youghurtzakken terecht gekomen. nog iets dat ik niet kende: “dulce de leche”. er wordt heel weinig choco op den boterham gedaan hier, in plaats daarvan hebben ze een soort lichtbruine caramelpasta, goed voor een uiteenlopende veelheid aan toepassingen: dulce de leche voor op den boterham, dulce de leche ijsroom (uiteraard), dulce de leche pudding, dulce de leche yoghurt (in zakken), dulce de leche koekskes (alfajorres heten die, en ze zijn behalve onuitspreekbaar ook onverteerbaar – waar zijn de gewone chocoprins en de centwafers in godsnaam gebleven?), afijn dulce de leche van ’s morgen vroeg tot ’s avonds laat tot ‘em uw oren uitkomt (hij komt mijn oren uit trouwens).

5) een open deur om mee af te sluiten, maar absoluut verplicht te vermelden: bustek!! die overigens steevast zonder bijkomstigheden geserveerd wordt, en dat komt dan vooral omdat ne mens niet zou weten waar ‘em de groenten -of laat staan frieten-  nog moet steken na die 400 gram rood vlees die hij op zijn bord gekregen heeft. er zijn gelukkig ook kindersteaks die ocharm 250 gram wegen, maar ik heb ook een restaurant gevonden waar ze steaks van 600 gram serveren (hebben die mannen een eigen boerderie in hunnen hof of zo? – als ge hier met tien man komt eten kunnen ze een verse koe van stal halen denk ik). ook spaghetti bolognaise ziet er net iets anders uit dan bij ons: de pasta en de tomatensaus zijn vergelijkbaar, maar in plaats van kipkap in de saus krijgt ge een klein (150gram) biefstukske bovenop uw bord pasta.  ook barbecues doen ze ook heel graag, en dat bestaat dan uit verschillende stukken rund waarmee ze ne volledige grill vullen, ongeacht of er nu een bejaard koppel of een heel foebalploeg komt eten. of zoals een kroatisch meisje het treffend wist te verwoorden: “you kill a cow and put it on the barbecue”. afijn, ik heb hier ferm den indruk gekregen dat de argentijnen een verdoken poging doen om de latijnsamerikaanse veestapel uit te roeien zoals de spanjaarden in den tijd met de autochtone bevolking hier hebben gedaan. een beetje wraak op een onschuldige koe zeg maar, 400 jaar na de feiten dan nog…

Haalden de top-5 net niet, maar zijn toch een eervolle vermelding waard: de onmetelijk lange busreizen, leuke andere toeristen (evelyne, celine, lieke), de “plaza San Martin” in elke stad, hoogteziekteverschijnselen, snikhete én ijskoude nachten, het ontelbare aantal peugeots 504 dat hier rondrijdt, toiletten waarbij die van Trainspotting verbleekt, de kilo’s stof die ik gevreten heb, open rioleringen van een meter diep, het feit dat ze hier nooit -maar dan echt nooit en nergens- wisselgeld hebben, zwerfhonden waarvan het enige gevaar de bacteriënkolonie in hun afgeleefde pels is, de opbouw van alle steden en dorpen volgens een vierkantspatroon, zeer opdringerige schoenpoetsers, en minder leuke andere toeristen (daniel, heinrich, hermann).

Man ik ga dat hier missen…

yours very truly,

b-ze


Leave a Reply